De oorlogsjaren 1940-1945

In ben in juli 1939 geboren, dus van de eerste oorlogsjaren kan ik mij uiteraard niet veel herinneren.Wel kan ik mij dingen voor de geest halen uit het eind van de oorlog en het eerste jaar daarna. Het moet eind ’44 of begin ’45 geweest zijn dat mijn vader ’s nachts de kinderen uit bed haalde en naar de kelder bracht. De kelder lag onder het vloeroppervlak en de gedachte was waarschijnlijk dat je daar veilig was voor oorlogsgeweld. Mijn vader had een zogenaamd “kermisbed”” gemaakt op de voorraad aardappelen die in de kelder was opgeslagen. Naast ons woonde juffrouw Wassink en ook zij was dan in onze kelder om er te schuilen.Buiten hoorde je het geluid van overkomende vliegtuigen die op weg waren om duitse steden te bombarderen. Op een steenworp afstand van ons huis was het Cannebergerbos en het daarbij behorende kasteel. In het bos was Duits afweergeschut gelegerd en- hoe klein ik toen ook was- ik kan mij het geluid van overvliegende vliegtuigen en het afweergeschut ook nu nog goed herinneren.Mijn ouders zullen ongetwijfeld ongerust zijn geweest, maar wat ik mij kan herinneren was dat zij zich in de kelder veilig moeten hebben gevoeld en niet in paniek waren. Ik kan mij ook nog goed herinneren dat op een dag ,na weer zo’n nacht in de kelder te hebben doorgebracht, mijn vader op de fiets, met mij achterop, naar de buurtschap Het Laar fietste, want daar zou een engels vliegtuig zijn neergestort. Ik zie het in mijn akelige dromen nog haarscherp voor me. Het vliegtuig had zich met de neus in de grond geboord en ik zag –hoe vreemd dat misschien nu mag klinken- de piloot nog in het toestel zitten. Dood dus. Dat beeld van die dode piloot zal ik waarschijnlijk nooit meer kwijtraken Nog steeds heb ik van die dromen waarbij ik die piloot in dat kleine vliegtuigje zie.Het was maar een heel klein vliegtuig,waar slechts plaats was voor 1 persoon, de piloot dus.
Aan het eind van de oorlog boden mijn ouders onderdak aan uit Oosterbeek gevluchte Nederlanders. Het was een familie bestaande uit man,vrouw en 2 kinderen, waarvan de jongste een jongen was van toen een jaar of 10. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat ik met deze jongen aan het spelen was in de omgeving van het Cannebergerbos.Niet in het bos,wan dat was uiteraard veel te gevaarlijk,maar aan de rand van dat bos. Ik weet ook nu nog dat wij verzeild raakten in een vuurgevecht. Ik heb toen als 5 jarig bang jongetje mij urenlang verstopt achter een grote beukenboom. Het liep gelukkig goed af, maar de naar mijn idee uren durende tijd heb ik kennelijk nooit verwerkt en dus droom ik er soms van. De jongen met wie ik daar toen was kreeg bij thuiskomst ongenadig op zijn donder. Aan de oorlog kwam uiteindelijk een eind. Ik herinner mij ook nog dat er in Vaassen een kleine gevangenis was. Voor die gevangenis was een pleintje en daar speelde zich voor mijn ogen als 6 jarige het volgende af . Mijn vader was er met mij op een moment waarop de lokale bevolking a.h.w. afrekende met meisjes die in de afgelopen jaren verliefd waren geworden op duitse soldaten.Onder luid gejoel werden een aantal Nederlandse meisjes kompleet kaal geschoren. Met andere woorden: zij werden gestraft omdat zij met duitse soldaten een relatie waren aangegaan. Met de kennis van nu zou ik willen zeggen dat deze aktie voor geen meter klopte. Wisten deze meisjes veel ?Ze waren verliefd op een leuke duitse soldaat! Wat is daar nu op tegen en waarom joelden de mensen bij die bijeenkomst zo en werden de meisjes publiekelijk uitgelachen? Misschien is het een beetje naïef’,maar om hen daarvoor de hoofden kaal te scheren tot groot vermaak van het publiek? U mag het zeggen ….. maar ik vind het op zijn minst zwaar gestraft door mensen die wat al gemakkelijk voor de slachtofferrol kozen. Maar goed. Het leven ging verder. Er kwam in Vaassen een optocht om de oorlog te herdenken. Op de eerste plaats kwam er in de straat waar wij toen woonden- de Irenestraat- een grote ereboog om onze bevrijding te vieren. Daarnaast kwam er zoals gezegd een grote optocht met versierde wagens. Mijn vader had bedacht dat hij bij die optocht van de partij kon zijn met een reclamewagen van de fa De Duif uit Apeldoorn,waar mijn vader toen werkte. Mijn moeder maakte voor mij een oranje sjerp en een rood-wit-blauw mutsje. De reclame –volgens mij was het een uitstalling van een bankstel en een bed op een boerenkar en uiteraard een bord van de fa De Duif uit Apeldoorn. Een paard ervoor,mijn vader als koetsier op de bok en ik als 6jarig jongetje ernaast.Hoe leuk kan het zijn! Tijdens de optocht kwamen wij langs de boerderij die het paard en de platte kar geleverd hadden. Het paard wist waarschijnlijk wel dat hij van deze boerderij kwam en dus… sloeg het paard rechtsaf in plaats van gewoon in de stoet te blijven. Hoe dat is afgelopen kan ik mij niet meer herinneren,maar goed, tonnie Leerkes had samen met zijn vader op de bok gezeten met zijn oranje sherp en zijn koningsmutsje.Hoe mooi kan het leven zijn!! 1945 het jaar van de bevrijding. Het jaar ook waarbij de scholen weer kun deuren openden.De school heette de Gerardus Majella school en dat heet hij tot op de dag van vandaag nog steeds.Omdat in 1944 de scholen gesloten waren,kwamen kinderen van 6 en 7 jaar in 1945 bij elkaar in dezelfde klas.Meer dan 30 kinderen in dezelfde klas;kom er vandaag de dag eens om. Toch was dat toen jarenlang de gewoonste zaak van de wereld.