HET NEDERLANDS CENTRUM VOOR REKREATIEWERK

Eind jaren ‘’80 solliciteerde ik naar de funktie van direkteur bij het Nederlands centrum voor rekreatiewerk in Amersfoort.Ik weet nog goed dat ik de baan kreeg en -alvorens te beginnen met mijn werk als direkteur-eerst met ons gezin op vakantie ging naar wat toen nog Yougoslavie was. Om mij alvast wat in te lezen had ik een tas met jaarverslagen van mijn nieuwe organisatie meegenomen.Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat ik mij bij het lezen van de stukken al afvroeg waarom deze organisatie eigenlijk door het rijk werd gesubsidieerd.De stichting , die ik voor het gemak maar het NCR noem, hinkte in die tijd op 2 gedachten. Zij gaf onderdak aan verder zelfstandig funktionerende provinciale organisaties en verrichtte zelf ook uitvoerend werk in provincies waar -nog-geen provinciale organisatie werkzaam was. De werkzaamheden van de provinciale organisaties en het landelijk bureau bestonden voor het overgrote deel uit het werven en trainen van veelal jonge mensen die in de zomermaanden op campings en bungalowparken recreatieve aktiviteiten moesten opzetten voor de op dat moment op het park verblijvende gasten.Bij dat werk werden zij dan ondersteund door een provinciale of landelijke konsulent die met hen de programma’s doornam, de relatie met de eigenaar/ondernemer besprak,kortom alles wat er bij het recreatiewerk op uitvoerend niveau aan de orde kwam. De recreatiewerkers kregen daarvoor een vergoeding van de organisatie die voor de plaatsing verantwoordelijk was. Op hun beurt kregen de betreffende eigenaar/ondernemers dan een rekening van de plaatsende instantie.De recreatiewerkers, die toen ik in dienst trad werden aangeduid met de term vrijwilligers, werden in de wintermaanden een keer uitgenodigd voor een week-end waar ze werd verteld wat er in de zomermaanden van hen werd verwacht. Na afloop van deze week-ends werden de vrijwilligers in mindere of meerdere mate geselecteerd op het al dan niet geschikt zijn voor het recreatiewerk en bij ongeschiktheid werden zij schriftelijk afgewezen. Ik vond het allemaal maar niks en ben begonnen om te kijken of er geen betaalde banen konden worden gecreëerd. In samenspraak met de school van Ineke werd er een opleidingstraject voor recreatieleiders opgestart.Ook bij het NCR zelf werd een opleidingstrajekt ontwikkeld om daarvoor geschikte vrijwilligers meer bagage te geven om van hun vrijwilligersbaantje hun beroep te kunnen maken.Het ministerie van Landbouw en Visserij was de instantie die het NCR subsidieerde. De provinciale instellingen werden gesubsidieerd door de provincies in Friesland,Drente,Noord Holland en Zeeland.In mijn periode als direkteur ben ik er in geslaagd om in Noord Brabant en Overijssel ook een provinciale organisatie van de grond te krijgen.Het ministerie stond achter mijn plannen, het landelijke bestuur van het NCR stond achter mijn plannen, kortom: het liep crescendo! De provinciale organisaties vonden het echter maar niks. Het NCR timmerde aan de weg en zij voelden zich daardoor benadeeld.Dit spanningsveld heb ik volledig onderschat.Toen ik in 1990 met ons gezin op vakantie was in Indonesie is er door de provinciale en de op het landelijk bureau werkzame konsulenten a.h.w een coupe gepleegd.De direkteur moest weg. Ik dus.!Tijdens een wisseling in het hoofdbestuur werd van de gelegenheid gebruik gemaakt mij voor ontslag voor te dragen bij de kantonrechter.!! De nieuw te benoemen voorzitter van het NCR had nl als voorwaarde bij zijn aanstelling bedongen dat hij alleen met een nieuwe direkteur wilde beginnen en geen zin had in problemen uit de afgelopen periode.Ik heb mij daar uiteraard tegen verzet .En met succes!!Bij de kantonrechter had het NCR geen poot om op te staan en verloor de door haar bij de rechter gevraagde toestemming voor mijn ontslag.Ik was er inmiddels wel achter dat mijn funktioneren na het gepasseerde weinig zin meer had.Ik heb toen met het bestuur een regeling getroffen. Einde van het NCR, einde ook van mijn loopbaan??