1955 HOE NU VERDER

De vraag in 1955 was: hoe nu verder? Doorleren…. In de winter van1955 vertelde mijn vader dat hij geen mogelijkheden voor mij zag om door te leren. Hij had er gewoon het geld niet voor. Zelf had ik graag naar de Handelsdagschool in Deventer gewild. Mijn vader vertelde mij toen ook dat mijn moeder zwanger was. Ik heb de boodschap toen goed begrepen. Zonder dat mijn ouders daarvan op de hoogte waren, heb ik in de winter van 1955 gereageerd op een advertentie van de Post Cheque en Girodienst in den Haag. Zij vroegen administratief personeel. In de advertentie stond dat je ook kon solliciteren als je nog geen eindexamen had gedaan. Ik ben toen in mijn eentje naar een cafĂ© in het centrum van Apeldoorn gegaan.Daar kreeg je een gesprek en kon je al vast solliciteren. Ik was toen dus 15 jaar. Ik werd aangenomen en in september 1955 ben ik in den Haag begonnen. Er was door het bedrijf een kosthuis voor me gezocht. Dat werd door hen betaald. Dat kostte toentertijd 100 gulden per maand. Zelf verdiende ik als 16 jarige 95 gulden per maand. Eenmaal per 14 dagen betaalde het bedrijf de reiskosten naar mijn ouderlijk huis. Het verdiende geld moest ik thuis afdragen. Ik kreeg toen van mijn ouders 2 gulden en 50 cent per 14 dagen voor mijn “verblijf“ kosten in den Haag. Het was niet de bedoeling dat je in het kosthuis bleef hangen. Eten en slapen en voor de rest moest je het zelf uitzoeken. Gelukkig moest ik af en toe op zaterdag overwerken. Dat vertelde ik thuis natuurlijk niet. Op die manier kon ik voetbalschoenen en een echt keepersshirt kopen, zonder dat ik dat thuis hoefde te vragen. Ook kon ik van dat geld af en toe een kaartje kopen om naar ADO of Holland Sport te gaan. Holland Sport speelde destijds in Scheveningen en daar liep ik om geen tramkosten te hebben,lopend naar toe. Datzelfde deed ik natuurlijk ook als ik naar ADO ging. Een fiets heb ik in den Haag nooit gehad, die stond immers thuis in Apeldoorn. De Post Cheque en Girodienst had een eigen voetbalvereniging , GONA genaamd. Ik kon daar kosteloos lid van worden en dat heb ik natuurlijk meteen gedaan. Bij een van de wedstrijden die ik voor deze club speelde ben ik eens benaderd door een scout. Of ik voor ADO wilde spelen. Ik zou dan een jeugdcontract krijgen. Dat klinkt heel mooi, maar destijds stelde dat niet meer voor dan gratis een paar voetbalschoenen, voetbalkleding, voetbaltas en meer van dat soort dingen die bij een voetbaluitrusting horen. Alhoewel ik er wel oren naar had,is het er toch niet van gekomen. Ik heb een jaar in den Haag gewerkt. Bij het bedrijf heb ik cursussen gevolgd die mij enige jaren later stevig hebben geholpen om op mijn 23ste al chef op een afdeling te worden. In 1956 startte de Post Cheque en Girodienst een dependance in Arnhem. Ik kwam daar in eerste instantie niet voor in aanmerking. Ik was immers aangenomen voor Den Haag. Mijn vader is toen naar den Haag afgereisd en in overleg met mij bij de Giro bedongen dat ik ook mee mocht naar Arnhem.